023-3032808 info@meuwissen.nl

R E F L E C T E R E N D

I S O L E R E N

De thermosfles

Isoleren door middel van reflectie is niets nieuws. Het principe wordt met veel succes toegepast in een thermosfles waarmee een vloeistof lang op temperatuur blijft.

Drenkelingen die lang in koud water hebben gelegen, worden door hulpverleners in aluminiumfolie gewikkeld om ze te beschermen tegen onderkoeling.

Warmte isolatie

De mate waarin een product isoleert, wordt uitgedrukt in een zogenaamde R-waarde, de warmteweerstand. Hoe hoger de R-waarde, des te beter de warmte-isolatie. De R-waarde wordt bepaald door de mate waarin de warmteoverdracht door geleiding, convectie en straling wordt tegengegaan.

alkreflex-bottle

 

Voor een materiaal zoals beton is alleen de weerstand tegen warmteoverdracht door geleiding bepalend. Convectie en straling zijn in het materiaal zelf niet van toepassing.

De meeste bouwkundige constructies zijn echter opgebouwd uit meerdere materiaallagen, eventueel gescheiden door een luchtspouw. Hierbij zal dan ook rekening gehouden moeten worden met de twee andere vormen van warmteoverdracht. Bij een luchtspouw wordt de warmteweerstand bepaald door de weerstand tegen overdracht door reflectie, convectie en geleiding. Het effect van deze drie vormen van warmteoverdracht, in combinatie met de mate van isolatie per overdrachtsvorm, bepaalt de totale weerstand. Deze is dus afhankelijk van een groot aantal factoren. In luchtspouwen is de warmte-overdracht door stroming en geleiding overigens gering. Warmteverlies wordt voornamelijk bepaald door straling.

Door deze te isoleren met Alkreflex® kunnen hoge warmteweerstanden gerealiseerd worden met een relatief klein ruimtegebruik.

• Warmteoverdracht door geleiding
warmtestroom afhankelijk van:
• afstand (d)
• warmtegeleidingscoëfficiënt (λ)
• temperatuurverschil (Δ T)

Warmteoverdracht door convectie
warmtestroom afhankelijk van:
• gaseigenschappen (r, Cp)
• spouwruimte: afstand (d) en
oppervlakte (A)
• temperatuurverschil (Δ T)

Warmteoverdracht door straling
warmtestroom afhankelijk van:
• gaseigenschappen
• temperatuurverschil (Δ T)
• temperatuur (T)
• emissiecoëfficiënten (e)
• oppervlakte (A)

Warmteoverdracht door geleiding

Bij geleiding vindt het warmtetransport plaats via een vaste stof. Dit betekent dat de energie van molecuul op molecuul wordt doorgegeven. De mate waarin dit energietransport plaatsvindt, verschilt per materiaal. Deze eigenschap wordt uitgedrukt met de warmtegeleidingcoëfficiënt van het materiaal (de lambda-waarde). Een voorbeeld: metaal geleidt warmte goed, steen geleidt slecht. Ook stilstaande lucht geleidt warmte, echter heel gering. Slechts in het luchtledige vindt er geen warmteoverdracht door geleiding plaats.

Lambda Metaal (staal) ca. 50 W/(m.K)
Steen ca. 1 W/(m.K)
Luchtkussenfolie ca. 0,04 W/(m.K)
Lucht ca. 0,023 W/(m.K)

Warmteoverdracht door convectie

Bij convectie wordt de warmte getransporteerd via een stromend medium. Deze overdrachtsvorm kan uiteraard niet plaatsvinden in een vaste stof, maar slechts in vloeistoffen en gassen, zoals lucht. Een voorbeeld hiervan is de werking van een convectorput. De warme lucht is lichter dan koude lucht en zal daarom stijgen. Koude lucht neemt de plaats in van de warme lucht en op deze wijze vindt via de lucht een transport van energie (warmte) plaats. De warme lucht verliest de warmte aan een koud oppervlak, koelt daardoor af, etc.

Warmteoverdracht door straling

Onder straling wordt verstaan het transport van energie door lucht en gassen in de vorm van elektromagnetische trillingen. Er zijn verschillende soorten straling, zoals lichtstraling, röntgenstraling en infraroodstraling. Warmteoverdracht vindt voornamelijk plaats via infraroodstraling. Elk materiaal geeft warmtestraling af. De mate waarin, wordt niet alleen bepaald door de temperatuur van het oppervlak, maar ook door het materiaal zelf. Dit laatste wordt uitgedrukt in een emissiecoëfficiënt.
De meeste bouwmaterialen, zoals bijvoorbeeld baksteen, beton en hout, hebben een hoge emissiecoëfficiënt en stralen dus relatief gemakkelijk warmte uit. Anders gezegd: dergelijke materialen verliezen relatief eenvoudig hun warmte als gevolg van warmteoverdracht door straling.

De reflectiematerialen van Meuwissen hebben juist een lage emissiecoëfficiënt. Met de toepassing van deze materialen kan de emissie via de bouwmaterialen dus sterk worden beperkt. Daarnaast reflecteert elk materiaal warmtestraling. Het ene materiaal beter dan het andere. Natuurkundige wetten geven aan dat materialen met een lage emissiecoëfficiënt heel goed warmtestraling reflecteren. Zo reflecteert het aluminium dat in Alkreflex 2L-2 wordt verwerkt, zo’n 90% van de warmtestraling.

Bij gebouwen bedraagt het warmteverlies, als gevolg van warmteoverdracht door geleiding en convectie, circa 25% van het totale warmteverlies. Het grootste deel van het warmteverlies, namelijk 75%, wordt veroorzaakt door straling. Bij energie-efficiënt bouwen is het daarom noodzaak om met elke vorm van warmteoverdracht rekening te houden.

DAMPDICHTE REFLECTIE PRODUCTEN

ADEMENDE REFLECTIE PRODUCTEN